Uitkomsten accreditatiestelsel voor associate degree
Gepubliceerd door Pierre Poell op maandag 1 februari
De vraag wat het huidige accreditatiestelsel heeft opgeleverd voor de Associate degree (Ad) laat zich niet gemakkelijk eenduidig beantwoorden. De Ad’s zijn nog steeds geen definitief onderdeel van het hoger onderwijs en de toekomstige positionering ervan is nog steeds onderwerp van discussie. Ook kan het Ad-accreditatiestelsel niet gemakkelijk los gezien worden van het door OCW vastgestelde kader voor de pilots en het daarmee verbonden tijdpad.
Bij de start van de pilots met de Ad-programma’s was niet meteen duidelijk hoe een hogeschool in aanmerking zou kunnen komen voor een licentie. De eerste aanvraagronde kende maar liefst drie partijen waaraan de hogeschool haar plannen moest voorleggen: de HBO-raad, de NVAO en het ministerie van OCW en wel in deze volgorde en binnen een zeer strakke planning. De HBO-raad toetste marginaal (de term is nu ‘beleid-arm’) op enkele vormaspecten, de NVAO vormde een oordeel op een aantal facetten van het accreditatiekader en OCW richtte de aandacht onder andere op samenwerking met het BVE-veld. Na een positief oordeel van de ene partij kon de aanvraag door naar de volgende partij. Oordeelde een van de partijen negatief dan was de aanvraag daarmee afgelopen met in het beste geval één volzin aan uitleg.
Prohibitief karakter
In combinatie met de zeer korte voorbereidingstijd kan worden gesteld dat in deze eerste ronde de gestelde eisen vooral een prohibitief karakter hadden. Slechts een handjevol aanvragen werd gehonoreerd, mede veroorzaakt door het ontbreken van de mogelijkheid te reageren op onduidelijkheden en eventuele vragen te beantwoorden. Gelukkig werd in de daarop volgende rondes de procedure gestroomlijnd en werd de mogelijkheid ingebouwd de aanvraag toe te lichten en ontbrekende onderdelen aan te vullen.
Een Associate-degreeprogramma onderscheidt zich van de bachelor onder andere door de focus te leggen op een specifiekere doelgroep (met name werkenden) en een meer functiegericht programma, gecombineerd met aantoonbare relevantie voor de arbeidsmarkt (naast uiteraard een kortere studieduur). Deze opzet draagt in zich dat een hogeschool met tweejarige Associate degrees zich meer en beter zou kunnen richten op de actuele situatie op de arbeidsmarkt dan zij kan met vierjarige bachelor-opleidingen.
Actualiteit
De vraag kan dan ook gesteld worden of in de praktijk hogescholen inderdaad in staat gesteld worden op deze wijze op de actualiteit in te spelen. Het antwoord daarop is: nee. De mogelijkheden tot het aanvragen van nieuwe programma’s, het gehanteerde beoordelingskader en het daarbij gehanteerde tijdspad belemmeren het vlot en adequaat anticiperen op actuele ontwikkelingen.
Dat is jammer, zeker gelet op de huidige economische omstandigheden is de vraag naar meer studeerkansen in het kader van leven lang leren groot en kan het hbo daar niet optimaal op inspelen. Waarom zou een hogeschool, op basis van haar geaccrediteerde bachelor-opleidingen niet zelf kunnen bepalen welke Ad-varianten zij wil aanbieden, waarover ze later binnen het huidige regels voor de accreditatie verantwoording aflegt?
Pierre Poell is beleidsadviseur bij Hogeschool INHolland.

Reacties
Reactie door Ron Haag op 29 september 2010 om 17u48
Het zou mooi zijn als de Associate Degree
definitief wordt ingevoerd. Dit diploma
kan een logische tussenstap zijn voor
praktisch ingestelde MBO-ers en Havisten.
Het biedt meer variatie in het hoger onderwijs en zal studeren aantrekkelijker
maken. Tot op heden is de associate
degree helaas nog onbekend in
Nederland, terwijl in de VS, de UK en in
Vlaanderen deze graad al langer bestaat.
Ik heb op verschillende plaatsen navraag
gedaan binnen het onderwijs.
Hieruit bleek dat de AD nog in een
experimentele fase verkeert, dat de
Associate degree wellicht blijvend zal zijn en er dan meer studierichtingen komen
voor de Associate degree.