of registreer

Logo Q&AQ&A

kwaliteitszorg in het hoger onderwijs

Peer-to-peer: tips voor de visitatie

Gepubliceerd door Georges Monard op maandag 1 februari

Peer-to-peer: tips voor de visitatie

Het doel van het nieuwe accreditatiestelsel is het versterken van de kwaliteitscultuur van instellingen en opleidingen, het focussen op inhoud en resultaten meer dan op processen en procedures, het versterken van de kwaliteit meer dan het beoordelen, en het verminderen van de accreditatielast van de universiteiten en hogescholen.

Hopelijk draagt elke audit of visitatie bij tot kwaliteitsverbetering en versterkte motivatie in uw instelling, en dit zonder overbodige bureaucratie. Vandaar enkele tips over het visitatiebezoek, gegroeid uit de ervaring en bedoeld voor de praktijk. Voor instellingen, maar "en passant" ook voor ons, panelleden:

  • Panelleden zijn vertrouwd met het hoger onderwijs in diverse landen en beseffen dat een ruime autonomie van de instellingen een basisvoorwaarde is voor het leveren van echte kwaliteit. Anders uitgedrukt: de risico’s van betutteling zijn groter dan deze van vrijheid. Al onze instellingen zijn verschillend, willen en mogen dit zijn. Dit is het uitgangspunt in het hoger onderwijs in de gehele EU en daarbuiten en a fortiori in Nederland en Vlaanderen.
  • U mag erop rekenen (en eisen), dat panelleden een attitude van RESPECT voor de instelling vertonen: voor haar eigenheid, traditie, visie, strategie, middelenallocatie, HRbeleid…. Eigenheid kan echter geen dekmantel zijn voor gebrek aan visie en strategie. Overtuig dus het panel dat u een (sterke) visie hebt, de middelen inzet om ze waar te maken en dat u alle medewerkers hierbij actief betrekt.  
  • NVAO ontwikkelt een gelijkaardig stelsel van kwaliteitszorg voor Nederland en Vlaanderen, voor universiteiten en hogescholen. Panels brengen respect op voor de verschillen tussen de enen en de anderen. Toch is het goed, dat de panels gemengd zijn en diverse ervaringen en expertises inbrengen. Mijn eigen ervaring leert me, hoe waardevol de inbreng van Nederlanders is in audits van Vlaamse instellingen; collega’s bevestigen dat het omgekeerde evenzeer waar is. Wel mag u van panelleden van het andere land of uit het andere soort instellingen een meer dan gewone luisterbereidheid en zorgvuldigheid verwachten. Wat doorgaans ook zo is.
  • Alle panelleden stellen vragen, vertrekkend van een grondige studie van de voorbereidende documenten, en dat over de diverse invalshoeken van de audit. Ondanks hun (waarschijnlijk) ruime ervaring, geven zij geen uitvoerige uiteenzettingen over hun visie en benadering. De voorzitter van het panel bewaakt deze gedragsregels.
  • Dat de doelstelling “vermindering van de accreditatielast” nog onvoldoende of niet werd bereikt, ligt aan beide actoren: denkt aub niet, dat de waardering van het panel voor uw instelling recht evenredig stijgt met het volume van de aangeleverde documentatie. De zelfreflectie is het essentiële document en verdient de weerslag te zijn van intern debat. Het valt een geoefend panel op, als de zelfreflectie nog vlug werd samengeschreven door een of enkele centrale medewerkers, zonder voorafgaande instellings- of opleidingsbrede brainstorming. Anderzijds moeten panelleden zich ervoor hoeden, – eveneens met de beste bedoelingen – onpreciese vragen te stellen, die dan met een pak documenten beantwoord worden.
  • Belangrijk is een onderscheid te maken tussen de (enkele) basisdocumenten (zelfreflectie, visiestukken…) en illustraties. Deze laatste kunnen best ter inzage liggen of eventueel electronisch overgemaakt worden.
  • Visie is essentieel, even belangrijk is wat de instelling in het werk stelt om er realiteit en resultaat van te maken en om tot verbetering te komen. Dit blijkt uit de zes standaarden voor de instellingsaudit. Eerlijkheid duurt ook hier het langst. Perfectie bestaat niet, hoogstens blindheid voor de eigen tekorten…Weinig panelleden geloven nog in sprookjes, hoe leuk ze voor even kunnen zijn. Het verdient dan ook aanbeveling, correct aan te geven, wat al verwezenlijkt werd, wat op de sporen staat, wat nog toekomstmuziek is en ook wat de instelling niet van plan is. En wat de hinderpalen zijn.
  • Komt met eigen visie, aanpak, realisaties, nieuwe projecten. Wie al de tijd defensief speelt, scoort niet en incasseert uiteindelijk toch doelpunten…
  • Een levendige en open discussie van het panel met de verschillende stakeholders (bestuur, management, docenten, studenten, alumni en afnemers…) versterkt het imago van dynamische instelling met een open debatcultuur. Een selectie van gezagsgetrouwe docenten of studenten (if any) is contraproductief. Dan nog liever ad random. Licht toe, op welke criteria delegaties werden samengesteld.
  • Studenten noch docenten behoeven een “chaperon” om met het panel te dialogeren! Dit maakt echt een slechte indruk, niet alleen op het panellid-student(e).
  • De voorzitter van het panel bewaakt of ieder in zijn rol en deontologie blijft, en dat elkeen de kans krijgt om zijn/haar inbreng te doen, en stimuleert hen zelfs daartoe. Als u vindt, dat (een lid van) het panel zich niet aan de afspraken houdt, is de voorzitter (of NVAO-deskundige) uw geëigende gesprekspartner. Desnoods kan u ook bij de NVAO in Den Haag terecht.

Georges Monard is voorzitter en panellid voor instellings- en opleidingsaudits en ere secretaris-generaal van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.

In de praktijk
01 FEB
2 comments
 

Reacties

  • Reactie door Edo van Dishoeck MA op 26 augustus 2010 om 15u06

    Waardevol commentaar Everard, maar panelleden die stokpaardjes bereiden....(sic) ?
    Ik denk dat ze die hoogstens berijden, tenzij ze er bijvoorbeeld soep van willen koken.

    Overigens is in de retoriek van het gesprek niets tegen stokpaardjes als de spreker er maar bij zegt dat het zijn of haar stokpaardje is. Om iets te illustreren of duidelijk te maken kan men best spreken over iets waar het hart van vol is, bijvoorbeeld eigen onderwijservaringen die noodzakelijker wijs voor de auditor altijd in het verleden liggen.

    Veel succes met deze processen, die er ook toe kunnen bijdragen dat onze mondelinge debatvaardigheden worden aangescherpt en op peil gehouden.

    mvg,
    Edo van Dishoeck , Leiden

  • Reactie door Dr. Everard van Kemenade op 24 maart 2010 om 08u47

    Geachte heer Monard,

    Graag zou ik ook de andere zijde van de medaille belicht willen zien. In mijn promotieonderzoek naar het effect van accreditatie in het Hoger Onderwijs in NL en VL op de professional (Kemenade, 2009) is o.a. de Delphimethodiek gebruikt, waarbij 37 experts in vier groepen (docenten, managers, kwaliteitsverantwoordelijken en leden VBI/NVAO) zich hebben uitgesproken over het accreditatieproces.
    Een van de problemen bleek de kwaliteit van de auditoren. Nog steeds blijken er panellelden te zijn die hun stokpaardjes bereiden, maar vooral die onvoldoende auditvaardigheden hebben......



Wat is jouw mening?

* verplicht in te vullen
** uw e-mail adres zal nergens gepubliceerd worden, noch doorgegeven worden aan 3rd parties.

Gerelateerd aan dit artikel

Meest gelezen

Meest gewaardeerd