of registreer

Logo Q&AQ&A

kwaliteitszorg in het hoger onderwijs

Op het snijvlak van twee stelsels

Gepubliceerd door Erik van der Spek op maandag 1 februari

Op het snijvlak van twee stelsels

Betere opleidingen, maar ook het gevaar aan scherpte te verliezen. Ron Minnée en Noël Vercruysse kijken terug en vooruit na vijf jaar accreditatie door de NVAO.

Nederland en Vlaanderen hebben bijna zes jaar de gelegenheid gehad te wennen aan het accreditatie-stelsel. In die tijd zijn vrijwel alle Nederlandse hogeronderwijsopleidingen een keer beoordeeld. Vlaanderen is later van start gegaan en heeft nog twee jaar te gaan. Dat maakt het toch mogelijk om de balans op te maken, aldus Ron Minnée (ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Nederland): 'We hebben nu een veel steviger stelsel van kwaliteitsbewaking. Dat komt tot uiting in een grotere reikwijdte en een onafhankelijke positie ten opzichte van de instellingen.' Noël Vercruysse (Departement Onderwijs en Vorming, Vlaanderen) sluit zich daarbij aan. Hij signaleert dat ook de kwaliteit van de evaluatierapporten zichtbaar is verbeterd: “Maar wat we misten, waren de meta-evaluaties. Instellingen nemen de kwaliteitszorg nu serieuzer. Ook de openbaarheid van de resultaten is een verworvenheid die een gevolg is van het accreditatiestelsel.'

Meer aandacht voor kwaliteit is natuurlijk prachtig, maar zijn de opleidingen er ook beter van geworden? Minnée en Vercruysse geven aan dat de uiteindelijke kwaliteit van opleidingen zich aan de waarneming onttrekt. 'Op basis van de uitkomsten van accreditaties is het moeilijk om te constateren of opleidingen verbeteren', zegt Vercruysse. 'Bovendien is verbetering van de opleidingen al eerder begonnen; onder invloed van de visitaties. Het visitatiestelsel heeft een enorme trendbreuk in het kwaliteitsdenken teweeg gebracht. De voordelen liggen meer in het toegenomen bewustzijn.' Ook in het particulier hoger onderwijs. Minnée: 'Daar was nog geen algemeen stelsel van kwaliteitszorg. In die sector heeft accreditatie een grote impact gehad. De Nederlands-Vlaamse samenwerking heeft trouwens een kwalitatieve dimensie aan het accreditatiestelsel toegevoegd. Beide landen hebben van elkaar geleerd.'

Mobiliteit studenten

Wat hebben studenten aan het stelsel gehad? Heeft accreditatie bijgedragen aan hun mobiliteit? Mobiliteit is niet alleen een kwestie is van accreditatie, vindt Minnée: 'Instellingen kunnen studenten ook zelf stimuleren de master aan een andere universiteit of in een ander land te volgen, bijvoorbeeld. Maar accrediatie is wel een belangrijke randvoorwaarde', aldus Minnée. 'Daar zien we nu al de resultaten van. Het aantal buitenlandse studenten dat in Nederland studeert, is in de laatste zes, zeven jaar behoorlijk toegenomen. En er zit nog steeds een behoorlijke groei in.' Vercruysse benadrukt dat naast accreditaties ook maatregelen op andere fronten nodig zijn om de mobiliteit te vegroten: 'Denk bijvoorbeeld aan informatieverstrekking, zoals nu in Vlaanderen gebeurt via Qrossroads en in Nederland via Studiekeuze123.' Studenten willen weten hoe de faciliteiten zijn in de stad waar ze terecht komen. Ook de studiefinanciering is een belangrijke factor, aldus Minnée: 'Nederlandse studenten kunnen hun studiefinanciering nu meenemen naar het grootste deel van Europa.'

Vercruysse: 'Accreditatie en kwaliteitszorg spelen geen rol bij de studiekeuze. Studenten zijn wel meer betrokken geraakt bij de kwaliteitszorg van hun opleiding. Ze worden gevraagd om cursussen en docenten te evalueren. Ze nemen zitting in opleidingscommissies.' Minnée is van mening dat accreditaties de kwaliteit voor studenten tastbaarder maken: 'Met accreditatie en visitaties wordt een samenhangend beeld van de kwaliteit van een opleiding gegeven. Waar studenten vroeger vooral spraken over incidenten en individuele docenten, hebben ze nu meer greep op het geheel. Dat geldt ook voor bestuurders, die opleidingen kunnen aanspreken op de resultaten.'

Bedenkingen

Hebben beiden geen enkele bedenking? Ze noemen de bureaucratie en de administratieve lastendruk voor de instellingen. 'Alle bachelor- en masteropleidingen zijn nu één keer door de molen gehaald', zegt Minnée. 'Dat heeft natuurlijk wel de nodige belasting met zich meegebracht. Nu deze slag gemaakt is, moeten we kijken of we met minder administratieve lasten de kwaliteit kunnen verbeteren.'

Vlaanderen heeft ook nog de zogenoemde cohortgewijze accreditaties. Opleidingen in eenzelfde beroepenveld worden in één keer beoordeeld. 'Daarbij bestaat de neiging om bijvoorbeeld alle bachelors in sociaal werk over één kam te scheren', stelt Vercruysse. 'Deze bachelors hebben vaak een sterk verschillende achtergrond. Die komt bij zo’n cohortgewijze benadering minder tot zijn recht. Bovendien doet zich de vraag voor of alle opleidingen die zich presenteren als bachelor, ook inderdaad het gewicht van een bachelor hebben. Om dat te beoordelen moet je eigenlijk per beroepenveld extra domeinspecifieke eisen aan het beoordelingskader toevoegen. Bovendien zou je de opleidingen ook internationaal moeten vergelijken.'

Nieuw stelsel

In Nederland wordt na 2010 een nieuw stelsel voor accreditatie ingevoerd, in Vlaanderen gebeurt dat rond 2012. Inmiddels zijn tijdens een pilot de eerste ervaringen met dit stelsel opgedaan. Minnée: 'We zien dat het nieuwe instrument van de instellingstoets door de instellingen heel serieus is opgepakt. Dat leidt ertoe dat de instrumenten voor kwaliteitszorg in de héle instelling kritisch tegen het licht worden gehouden. Daarnaast heeft de nieuwe invulling van beoordeling een veel inhoudelijker gesprek opgeleverd over de kwaliteit van een opleiding. Dat is winst. Die kwaliteit is waar het ons uiteindelijk om te doen is.'

In het nieuwe stelsel is het mogelijk een meer gedifferentieerd oordeel per opleiding te geven. Nu beperkt een oordeel zich tot een verklaring of een opleiding voldoet aan de basiskwaliteit. In de nieuwe situatie wordt het ook mogelijk om aan te geven dat een opleiding goed of zeer goed is. Minnée en Vercruysse verwachten daar veel van. 'Die differentiatie maakt het mogelijk om in de visitatierapporten ook een goede internationale vergelijking op te nemen aan de hand van een benchmark', zegt Vercruysse. 'Laat de opleidingen maar eens tonen waarin ze zich onderscheiden van collega-universiteiten in het buitenland. Dat stelt opleidingen in staat zich te profileren. Een ander punt is de arbeidsmarkt: waar komen de afgestudeerden terecht en hoe functioneren ze daar? In Groot-Brittannië hanteren instellingen een ranking waarin ook is meegenomen welke percentages afgestudeerden in welke segmenten van de arbeidmarkt terecht komen.'

Nooit af

Een accreditatiestelsel is nooit af. Minnée en Vercruysse hebben de nodige wensen op hun lijstje staan. Meer differentiatie en een beter gebruik van benchmarking zijn al genoemd. Daarnaast benadrukken ze het belang van scherpe beoordelingen. Minnée: 'De kwaliteitszorg is ook bedoeld om opleidingen die niet aan de eisen voldoen, uit het stelsel te weren. Daarbij zijn we van mening dat we meer instrumenten nodig hebben dan op dit moment voorhanden zijn. In het nieuwe stelsel hebben we bijvoorbeeld de mogelijkheid om tussentijds accreditaties aan opleidingen te ontnemen, als daar aanleiding toe is. We kunnen dan wat scherper sturen bij instellingen die het niet zo goed doen.'

Een andere uitdaging is het tegengaan van slijtage, aldus Minnée: 'We moeten het accreditatie-systeem spannend houden. Zo’n systeem is op een bepaald moment bekend. Beoordeelden en beoordelaars weten dan hoe het spel gespeeld moet worden. Dat was ook een van de redenen waarom we destijds van het visitatiestelsel zijn overgestapt op accreditatie. We moeten er rekening mee houden dat ook in het nieuwe stelsel slijtage kan gaan optreden. Dat hangt ook af van de scherpte van de commissies.'

Internationale dimensie

Tot slot benadrukken de beide heren het belang van de internationale dimensie van accreditatie. Vercruysse, uit naam van beiden: 'De NVAO heeft ervoor gezorgd dat het Vlaams-Nederlandse accreditatiestelsel internationaal gezien een goede reputatie heeft gekregen. Mensen van de NVAO worden in het buitenland veel gevraagd om in fora op te treden, expertise te delen. Daarmee is het aanzien van ons stelsel in Europa toegenomen. Dat is wel een felicitatie waard!'

Erik van der Spek is journalist. Dit artikel verscheen in Q&A magazine, nr. 1, februari 2010.

Interviews
01 FEB

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Wat is jouw mening?

* verplicht in te vullen
** uw e-mail adres zal nergens gepubliceerd worden, noch doorgegeven worden aan 3rd parties.