of registreer

Logo Q&AQ&A

kwaliteitszorg in het hoger onderwijs

Onderwijs 2.0

Gepubliceerd door Wim Groot en Henriette Maassen van den Brink op maandag 1 februari

Onderwijs 2.0

Naarmate de financiële middelen voor onderwijs schaarser worden, zal de vraag steeds luider klinken of we in het onderwijs wel waar voor ons geld krijgen. Volgens Wim Groot en Henriëtte Maassen van den Brink moeten accreditatieorganen hiermee rekening houden. Om te beginnen door bij de accreditatie te vragen naar bewijs van de kosteneffectiviteit van de nieuwe opleiding. Op naar de volgende generatie onderwijs, Onderwijs 2.0.

Een nieuw product is vrijwel altijd kwalitatief beter dan het product dat het vervangt. Een vernieuwd wasmiddel wast schoner dan zijn voorganger. Nieuwe generatie computers zijn sneller en hebben meer geheugencapaciteit dan de oude. Nieuwe mobiele telefoons zijn compacter, hebben meer mogelijkheden en gaan langer mee dan de oude.

Kwalitatief betere producten zijn meestal duurder dan producten van mindere kwaliteit. Voor een Mercedes betaal je meer dan voor een Lada en voor een pak van Armani meer dan voor een C&A-tje.

Nieuwe producten zijn meestal wel relatief goedkoper. Nieuwe technologieën zorgen voor productiviteitsgroei en dit leidt tot kostenbesparingen. De prijs van computergebruik is nog maar een fractie van de kosten van een computer in de jaren tachtig. Autogebruik is goedkoper geworden doordat auto’s energiezuiniger en duurzamer zijn geworden.

Dit alles bij elkaar noemen we vooruitgang. Deze technologische vooruitgang en de daarmee gepaard gaande kostenverlagingen vergroten onze mogelijkheden en onze welvaart. Concurrentie op de markt leidt tot deze vooruitgang. Het dwingt producent om zich te verbeteren.

De markt zorgt naast kwaliteitsverbetering ook voor keuze: producten van verschillende kwaliteit tegen verschillende prijzen. Producenten die zich niet aan de wetten van de markt houden en bijvoorbeeld dure spullen van slechte kwaliteit aanbieden leggen zo het loodje.

De vooruitgang van de markt is terug te vinden in vrijwel alle producten die we in het dagelijks leven gebruiken. Behalve in het onderwijs. In het onderwijs is het nieuwe niet altijd beter dan het oude. Een commissie van de Nederlandse Koninklijke Academie voor Wetenschappen stelde onlang bijna opgelucht vast dat niet kon worden aangetoond dat de oude rekenmethoden in het basisonderwijs beter waren dan de nieuwe methode van realistisch rekenen. Veel universiteiten klagen over de daling van het niveau van het middelbaar onderwijs en bieden bijspijkercursussen wiskunde en Nederlands aan.

De afruil tussen prijs en kwaliteit is in het onderwijs ook onbekend. Voor slecht onderwijs betalen we net zo veel als voor goed onderwijs: goede en slechte scholen, hbo instellingen en universiteiten ontvangen dezelfde bekostiging. Voor kwaliteit wordt niet betaald in het onderwijs.

Kostenbesparingen door technologische vernieuwing komen in het onderwijs bijna nooit voor. Onderwijsvernieuwing heeft het onderwijs niet goedkoper gemaakt. De arbeidsproductiviteit in het onderwijs is de afgelopen decennia dramatisch gedaald, terwijl de kosten zijn gestegen.

In het onderwijs bestaat een schrijnend gebrek aan aandacht voor kwaliteitsverbetering. De accreditatie van nieuwe opleidingen in het hoger onderwijs lijkt een uitzondering te zijn, maar niets is minder waar... Tijdens de accreditatie wordt van alles getoetst. Is de opleiding studeerbaar? Is de kwaliteitszorg goed geregeld? Voorziet de opleiding in een behoefte? Heeft het een academisch niveau? Allemaal relevante vragen om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken. De vraag of de nieuwe opleiding kwalitatief beter en meer waar voor ons geld levert dan bestaande opleidingen, wordt echter niet gesteld.

De reden dat deze laatste vraag niet wordt gesteld is dat we het antwoord er op niet kunnen geven. We weten niet of nieuwe opleidingen of nieuwe lesmethoden  beter of slechter zijn dan de oude. Het ontbreekt in het onderwijs aan evidentie over "wat werkt en wat niet". Of nieuwe opleidingen kosteneffectiver zijn dan bestaande wordt niet onderzocht.

Naarmate de financiële middelen voor onderwijs schaarser worden zal de vraag steeds luider klinken of we in het onderwijs wel waar voor ons geld krijgen. Accreditatieorganen zoals de NVAO moeten hiermee rekening houden. Om te beginnen door bij de accreditatie te vragen naar bewijs van de kosteneffectiviteit van de nieuwe opleiding. Op naar de volgende generatie onderwijs, Onderwijs 2.0.

Wim Groot is hoogleraar economie en hoogleraar evidence based education aan de Universiteit Maastricht. Henriëtte Maassen van den Brink is hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar evidence based education aan de Universiteit Maastricht.

Columns
01 FEB
No comments
 

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Wat is jouw mening?

* verplicht in te vullen
** uw e-mail adres zal nergens gepubliceerd worden, noch doorgegeven worden aan 3rd parties.