Een beetje meer arts, beste docent
Gepubliceerd door Rene van Kralingen op zaterdag 19 november
Grote aantallen studenten, eigen studies, aankomende curriculumveranderingen zorgen ervoor dat docenten niet komen tot het aftimmeren van de winkel, ofwel het optimaliseren van hun onderwijs. Het perfectioneren van opdrachten, toetsen, lessen heeft geen prioriteit. Want wie vraagt ernaar? Opleidingsmanagers zijn hooguit geïnteresseerd in scripties en afstudeerwerkstukken. Daar kijken zij om strategische redenen naar.
Een vervolg op: Eigen schuld. Slechte eindscripties laten docenten zelf ontstaan
Het niveau van werkstukken in het eerste, tweede en derde studiejaar krijgt nauwelijks aandacht. De studieonderdelen worden wel geëvalueerd. Maar in die evaluatie wordt gevraagd hoe studenten het vak beleefd hebben. Jammer, want hiermee evalueer je volgens Kirkpatrick slechts op reactieniveau, en niet op gedragsniveau. Er wordt niet bekeken wat studenten bereikt hebben in bepaalde studieonderdelen.
Opleidingsmanagers noch docenten hebben aandacht voor uitwerkingen. Ja, als studenten bij bosjes zakken voor bepaalde vakken, dan trekken zij aan de bel. Maar niet als er overwegend voldoendes worden gegeven. Uitwerkingen duiden en met elkaar in gesprek gaan over de kwaliteit van toetsen en opdrachten blijft een taboe op hogescholen. Onlangs maakte ik dit mee…
Niet zichtbaar
'Er moest een derde docent op onze minor worden "gezet". De groep was voor ons te groot. Na een paar weken zoeken diende zich een parttimedocent aan. Hij had kennis van dit vak en veel onderwijservaring. Blij met een extra collega kwamen we tot een nieuwe groepsindeling. Bij de voorbereidingen van de lessen, die meestal plaatsvonden op onze kamer, was hij niet aanwezig. Voor zo’n salaris mochten wij niet te veel verwachten, liet hij ons weten. Via de e-mail vroeg hij waar hij de dvd’s met instructiemateriaal en de powerpointpresentaties kon vinden.'
'Omdat hij zich in een ander deel van het gebouw bevond, zagen wij niet hoe hij zijn lessen gaf. Uit de gesprekken die deeltijdstudenten onderling voerden, kwam ons wel iets ter ore. Onze parttimer gaf vertellend les, liet niet aan opdrachten in de les werken en kwam niet tot de behandeling van alle thema’s. Het gaf ons als beide minordocenten geen goed gevoel dat zijn groep niet goed voorbereid werd op de toetsopdrachten. Ik stelde voor een aantal uitwerkingen door te nemen met onze parttimer. Mijn collega reageerde afwerend. Dit konden wij niet maken. Wie waren wij, naar de uitwerkingen van zijn groep te vragen?'
Onderlinge toetsing
Ik begrijp dat uitwerkingen van studenten niet alles zeggen over de inzet en capaciteiten van een docent. Maar op sommige opleidingen wordt té vrijblijvend gewerkt. Docenten behoeven zich niet te verantwoorden naar elkaar. Ze voelen dit zelfs als een bedreiging. Jammer. Want kijken naar uitwerkingen van elkaar, leidt tot onderlinge afstemming in begeleiding en beoordeling. We leren zo de kwaliteit van de opdrachten op te merken. Die analyses kunnen tot zinvolle bijstellingen van opdrachten en toetsen leiden.
Laten we niet in de valkuil stappen alles te laten keuren door de toetscommissie en de examencommissie. Hier moet collegiaal worden gehandeld. Open, uitwisselend, constructief.
In een cultuur die niet afrekenend is maar gekenmerkt wordt door transparantie. Ik moet denken aan het fenomeen "onderlinge toetsing". Een begrip uit de medische wereld, waarbij artsen hun handelen bespreken en tot verbetering van dat handelen komen. Voor onderlinge toetsing krijgen artsen punten ten behoeve van hun BIG-registratie. Geen manager verplicht hen eraan deel te nemen. Het behoort tot hun standaard, zo te werken. Wanneer gaan wij als docenten voor zo’n interne kwaliteitszorg? Uit eigen beweging?
René van Kralingen is vaste columnist van Q&A. Hij heeft een onderwijsadviesbureau.

Reacties
Reactie door nuyten op 24 november 2011 om 15u20
goed stuk, helemaal mee eens. wel jammer dat hij vraagt om een cultuur die gekenmerkt wordt door transparantie. Is een containerbegript dat al bijna geen waarde meer heeft. Misschien kunnen we daar eens iets concreters voor vinden.